The forms
Het SAD formulier bestaat uit een set van 8 exemplaren die een aantal functies hebben.
Supplement 46 van 23.04.2013 (meest recente algemene wijziging)
Hier kan u de belangrijkste documenten, die zich op de site bevinden, eenvoudig downloaden.
Alle bestanden zijn in een .zip file samengebracht:
Dit document is een geconsolideerde versie van de FAQ:
- Volgens de oude toelichting legde ik een IM 4 (code in vak 1, 1ste en 2de deelvak) voor. Wat moet ik nu vermelden in dit vak?
- De code in vak 1 = IM 4 in de oude toelichting. Komt dit overeen met IM A in de nieuwe toelichting?
- Ik heb problemen om mijn weg te vinden in dit omvangrijke dossier van documenten. Kan u mij daarbij helpen?
- Ik dien enkel aangiften in als zijnde «toegelaten geadresseerde en/of toegelaten afzender/exporteur» moet er dan altijd een Z staan in vak 1 (2de deelvak)
- Ik weet dat er verbanden zijn tussen vak 37(1), 37(2) en 44 (deelvak in de rechterbenedenhoek). Ik begrijp die verbanden niet altijd goed.
- Ik ben in de war met al die letters in de toelichtingen. Kan u mij helpen ?
- Als er een code in een vak moet vermeld worden, moeten we dan zowel de code als de omschrijving vermelden? Ook indien die omschrijving heel lang is?
- Waar kan ik voorbeelden vinden van hoe ik het enig document volgens de nieuwe toelichting moet invullen?
- Als we in bepaalde vakken alle gevraagde codes en vermeldingen moeten invullen, is er plaats te kort. Waar moet de rest van de gegevens dan vermeld worden?
- We hebben een vergunning voor gebruik van een factuurverklaring ( vereenvoudiging inzake oorsprong). Met de huidige toelichting komt er in vak 44 'factuur oorsprong' gevolgd door het nummer van de factuur. Welke code krijgt deze vermelding in de nieuwe toelichting?
- Wij hebben een vergunning voor de opmaak van in- en uitvoerdocumenten in de domiciliëringsprocedure (= toegelaten afzender en toegelaten exporteur). Welke codes (en tekst) moeten in vak 44 vermeld worden bij het opmaken van een document in het kader van die vergunningen?
- Voor wat betreft de vakken A — B — C — D. Moeten hier veranderingen aangebracht worden ?
- Kan u mij de lay-out van het nieuwe Enig document doorsturen
- Wij hebben een vergunning AV Schorsing (klassieke type). Wij hebben geen vergunning inzake domiciliëringsprocedure. Wij dienen onze aangifte rechtstreeks in op het kantoor. Welke codes moeten in vak 44 vermeld worden voor plaatsing van goederen onder de regeling actieve veredeling?
- Moeten we voor een ACC4 aangifte de codes van de oude toelichting gebruiken ?
- In vak 14 moeten we de aangever/vertegenwoordiger opgeven. Indien de vermelde partij zowel optreedt als “aangever” (in eigen naam) en als “”indirecte vertegenwoordiger” (in eigen naam doch voor rekening van een andere), welke code dient te worden opgegeven ; [1] voor aangever of [3] voor indirecte vertegenwoordiging
- Voor de regelingen A, C, E en F begrijp ik niet goed wat we moeten invullen in vak 18 (vervoermiddel bij vertrek)
- Wat dient er ingevuld te worden in vak 21 (grensoverschrijdend actieve vervoermiddel) indien goederen, die over de weg vertrekken, een aantal malen worden overgeladen zonder dat wij als aangever/afzender hiervan op de hoogte zijn?
- Mag de landencode (ISO) van het land dat de nummerplaat van een vrachtwagen heeft toegekend, beschouwd worden als landencode om de nationaliteit aan te geven?
- Welke code dient gebruikt te worden in kader van particulier douane-entrepot type E, met procedures D ?
- Voor bepaalde regelingen, vraagt men in vak 30 (Plaats van de goederen) de UN/LOCODE via een site van de EG/UNO.
- Voor bepaalde uitvoerregelingen (toelichting A, C, D, E), moet het vak 29 (kantoor van uitgang) ingevuld worden. Men doet beroep, voor de codering, op de Europese site van douanekantoren voor douanevoer. Is dit juist? Kan u mij hiervan een voorbeeld geven?
- U eist het invullen van vak 29 (douanekantoor van uitgang) terwijl dit vak vroeger niet geëist werd. Waarom zijn er meer verplichtingen dan in het verleden?
- Wat is er gebeurd met de codes in verband met het type belasting in vak 47 (eerste kolom)?
- Ik beschik over een maandelijkse globalisatievergunning. Beïnvloedt de nieuwe toelichting van het ED mijn maandelijkse aangifte?
- Soms vind ik de vermelding « Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld » en op andere plaatsen de vermelding « Dit vak mag in de BLEU niet ingevuld worden ». Waarom dit onderscheid ? En heeft dit een verschillende impact op het invullen van het ED?
- Mag vak 8 (geadresseerde) bij (weder)uitvoer ingevuld worden?
- Bestaat er een verband tussen de vakken 18 (vervoermiddel bij vertrek en bij aankomst) en 26 (binnenlandse vervoerwijze) enerzijds en de vakken 21 (grensoverschrijdende actieve vervoermiddel) en 25 (vervoerwijze aan de grens) anderzijds? S9
- Als de aangever een douane-expediteur is, mag deze persoon dan in de rechterbovenhoek van vak 14 als identificatienummer zijn BTW-nummer vermelden? S9
- Welke aanvullende gegevens worden in de papieren procedure gevraagd (in vergelijking met de geautomatiseerde procedure)? S9
- Worden zowel het EORI-nummer als het BTW-identificatienummer vermeld in hetzelfde vak? S19
- Dient het gegeven “geadresseerde” bij (weder)uitvoer verplicht vermeld te worden wanneer het gebruik van de veiligheidsgegevens noodzakelijk is?
- In vak 2 (afzender/exporteur) van een aangifte ten uitvoer dient het
EORI-nummer vermeld te worden en in vak 44 het BTW-identificatienummer, voorafgegaan door de horizontale vermelding ALGEN06. Mag men in vak 44 van deze aangifte een buitenlands (niet-Belgisch) BTW-identificatienummer vermeld worden bij uitvoer in België door een niet in België gevestigde
BTW-belastingplichtige? - Door de invoering van de “Incoterms 2010” werden vanaf 1 januari 2011 twee nieuwe Incoterms gecreëerd en vier “oude” Incoterms geschrapt. Wat is het gevolg van deze maatregel voor de vermelding van de Incoterms op de douaneaangiften?
- Mag de communautaire code 01 vermeld worden in vak 37, eerste deelvak als gevraagde regeling voor het uitsluitend in het vrije verkeer brengen?
- In welke vakken op het Enig document (douane) en op het elektronisch administratief document (e-AD) (accijnzen) worden het kantoor van uitgang en het kantoor van uitvoer vermeld bij de uitvoer van accijnsgoederen? (S40)
- Welke codes dienen ingevuld te worden in het eerste en tweede deelvak van vak 37 van regeling H (in het vrije verkeer brengen) ter aanduiding van de begunstigde verrichting “terugkerende goederen”? (S40)
- Welke betekenis kan toegekend worden aan de begrippen "afzender en "exporteur"? (S44)
- Wat dient bij invoer verstaan te worden onder het begrip "land van verzending/uitvoer" in het algemeen en onder de ermee verband houdende begrippen "oponthoud", "juridische handeling" en "tussenliggend land"? (S44)
- Welke informatie dient bij invoer vermeld te worden in vak 36 (preferentie)? (S44)
- Wat dient bij invoer verstaan te worden onder het begrip "prijs van de goederen"? (S44)
- Welke informatie dient vermeld te worden in vak 34a (land van oorsprong)?
Is deze informatie verplicht? (45) - Wat dient verstaan te worden onder het begrip "netto massa"? Is deze informatie verplicht voor alle regelingen? (S45)
1. Volgens de oude toelichting legde ik een IM 4 (code in vak 1, 1ste en 2de deelvak) voor. Wat moet ik nu vermelden in dit vak?
Met de oude toelichting bracht u een code in, bijvoorbeeld 4, in vak 1 (2de deelvak) en die code was terug te vinden als eerste cijfer in het vak 37 (1ste deelvak).
Herinner u 40 bijvoorbeeld.
De code die u terugvond in vak 1 (2de deelvak) heeft niet meer dezelfde functie, de code 40 blijft in vak 37 (1ste deelvak) maar met hier en daar een paar wijzigingen betreffende die code in vak 37.
2. De code in vak 1 = IM 4 in de oude toelichting. Komt dit overeen met IM A in de nieuwe toelichting?
Neen, zoals gepreciseerd in vraag en antwoord 1, bevindt de code voor de regeling zich enkel in vak 37 (1) en niet meer in vak 1 en vak 37.
Vak 1, 2de deelvak heeft niet meer dezelfde functie : ze dient om het type aangifte weer te geven:
- A voor een gewone aangifte
- B voor een onvolledige aangifte
- Z voor de domiciliëring (zoals toegelaten geadresseerde)
- enz.
3. Ik heb problemen om mijn weg te vinden in dit omvangrijke dossier van documenten.
Kan u mij daarbij helpen?
Ja, natuurlijk!
U kiest een toelichting in functie van de beweging van de goederen die u wil aangeven.
Bijvoorbeeld :
- Aangifte voor definitieve uitvoer --) (link) zie toelichting A
- U opent toelichting A en u vult de vakken in die gevraagd worden. Soms doet men een beroep op een bijvoegsel, bijvoorbeeld voor de vermeldingen in vak 44 (bijvoegsel 6a (link)
- Een visuele voorstelling van de vakken die niet moeten ingevuld worden, voor bijvoorbeeld toelichting A, kan u vinden bij "visuele voorstelling"(link)
4. Ik dien enkel aangiften in als zijnde « toegelaten geadresseerde en/of toegelaten afzender/exporteur». Moet er dan altijd een Z staan in vak 1 (2de deelvak)?
jazeker
top5. Ik weet dat er verbanden zijn tussen vak 37(1), 37(2) en 44 (deelvak in de rechterbenedenhoek). Ik begrijp die verbanden niet altijd goed.
Ik raad u aan om de tabel te bekijken, die zich op de site onder "vakken 37 en 44" bevindt. Door een overzichtelijke tabel worden deze verbanden zichtbaar gemaakt.
top
6. Ik ben in de war met al die letters in de toelichtingen. Kan u mij helpen ?
Het is waar dat we verschillende keren de letters A, B, enz. terugvinden.
- Er is eerst een letter in vak 1(2) voor de soort aangifte
|
- U vindt ook de soorten toelichtingen met de letters A tot en met K in het deelvak “Code B.V.” van vak 44. S9
7. Als er een code in een vak moet vermeld worden, moeten we dan zowel de code als de omschrijving vermelden? Ook indien dieomschrijving heel lang is?
In de verschillende toelichtingen wordt telkens per vak vermeld hoe de gegevens moeten ingevuld worden. In sommige gevallen moet men enkel een code opgeven, in andere gevallen moet men de code en de bijhorende omschrijving (vermelding) of een identificatienummer opgeven
Bijvoorbeeld (Toelichting H):
- vak 15a, vak 17a, vak 17b: Hier moet enkel de code vermeld worden.
Voorbeeld: vak 15a: AE (codes zie bijvoegsel 1 (link)
- vak 44 “Bijzondere vermeldingen”
De bijzondere communautaire vermeldingen op douanegebied worden gecodeerd door middel van een code van vijf cijfers. Deze code wordt na de betrokken vermelding ingevuld, tenzij de communautaire wetgeving voorschrijft dat deze code de tekst vervangt. In principe dient de code geplaatst te worden na de bijzondere vermelding of na het gegeven, maar met het oog op het rationeel gebruik van de nieuwe toelichting in een elektronisch systeem werd geoordeeld dat het aangewezen is om eerst de code te vermelden gevolgd door de bijzondere vermelding of het gegeven. De aangever heeft bijgevolg de keuze tussen de twee schrijfwijzen.
De code wordt gescheiden van de bijzondere vermelding of van het gegeven door een dubbel punt. Zodoende kunnen meerdere gegevens op een lijn in de vakken worden vermeld op voorwaarde dat de gegevens van elkaar gescheiden worden door een puntkomma.
In het geval meerdere codes voor eenzelfde gegeven moeten worden vermeld (bijvoorbeeld er is een communautaire en een meer specifieke nationale code vereist om een gegeven aan te duiden) dan moeten die codes door een horizontaal streepje worden gescheiden.
Twee of meerdere gegevens die bij eenzelfde code horen, (vb. nummer, datum en controlekantoor van een vergunning actieve veredeling) worden gescheiden door een schuin streepje.
Tussen alle te gebruiken leestekens (dubbel punt, puntkomma, horizontaal streepje, schuin streepje) dient telkens een spatie gelaten te worden.
Voorbeeld:
vak 44: Invoer onder geleide van een luchtwaardigheidscertificaat : 10100
OF 10100 : Invoer onder geleide van een luchtwaardigheidscertificaat
Een gedetailleerd voorbeeld is opgenomen in FAQ nr. 14, punt c).
De codes voor de bijzondere vermeldingen zijn opgenomen in de bijvoegsels 6a en 6b.
- vak 44 “Overgelegde documenten, certificaten en vergunningen”:
De tot staving van de aangifte overgelegde communautaire documenten, certificaten en vergunningen worden opgegeven door middel van een code bestaande uit 4 alfanumerieke tekens gevolgd door een identificatienummer. De code wordt gescheiden van de bijzondere vermelding of van het gegeven door een dubbel punt. Zodoende kunnen meerdere gegevens op een lijn in de vakken worden vermeld op voorwaarde dat de gegevens van elkaar gescheiden worden door een puntkomma.
In het geval meerdere codes voor eenzelfde gegeven moeten worden vermeld (bijvoorbeeld er is een communautaire en een meer specifieke nationale code vereist om een gegeven aan te duiden) dan moeten die codes door een horizontaal streepje worden gescheiden.
Twee of meerdere gegevens die bij eenzelfde code horen, (vb. nummer, datum en controlekantoor van een vergunning actieve veredeling) worden gescheiden door een schuin streepje.
Tussen alle te gebruiken leestekens (dubbel punt, puntkomma, horizontaal streepje, schuin streepje) dient telkens een spatie gelaten te worden.
Voorbeeld: Overlegging van een certificaat EUR.1 nr. 375.895.
vak 44: N954 : 375.895
De codes voor overgelegde documenten, certificaten en vergunningen zijn opgenomen in de bijvoegsels 6b en 6d.
8. Waar kan ik voorbeelden vinden van hoe ik het enig document volgens de nieuwe toelichting moet invullen?
Op de website vindt u de omzendbrief “INVOERING VAN DE NIEUWE TOELICHTING OP HET ENIG DOCUMENT”
In bijlage 3 wordt aan de hand van voorbeelden voor de “belangrijkste” vakken (= vakken met de meeste wijzigingen t.o.v. de oude toelichting) opgegeven wat moet worden ingevuld.
top9. Als we in bepaalde vakken alle gevraagde codes en vermeldingen moeten invullen, is er plaats te kort. Waar moet de rest van de gegevens dan vermeld worden?
Indien dit het geval is, moet u een bijlage inlassen. Op de website vindt u de omzendbrief “INVOERING VAN DE NIEUWE TOELICHTING OP HET ENIG DOCUMENT “
In bijlage 2 § 5 “Inlassen van bijlagen voor het opnemen van gegevens van bepaalde vakken” wordt de werkwijze voor het inlassen van bijlagen uitgelegd.
top10. We hebben een vergunning voor gebruik van een factuurverklaring ( vereenvoudiging inzake oorsprong). Met de huidige toelichting komt er in vak 44 'factuur oorsprong' gevolgd door het nummer van de factuur. Welke code krijgt deze vermelding in de nieuwe toelichting?
De codes die overeenstemmen met oorsprongsverklaringen (toegelaten exporteur in het kader van oorsprong = de firma brengt zelf een oorsprongsverklaring aan op de factuur), bevinden zich in bijvoegsel 6d:
Bij uitvoer: (S35)
Bij een bedrag < of = dan 6.000 EUR
de nationale code 2018 voor gebruik van de factuurverklaring inzake preferentiële oorsprong + nr. van de factuur
Bij een bedrag > dan 6.000 EUR
- de nationale code 3001 + nr. van de vergunning voor de machtiging “toegelaten exporteur
- de nationale code 2018 voor gebruik van de factuurverklaring inzake preferentiële oorsprong + nr. van de factuur
Bij invoer:
de nationale code 2018 voor gebruik van de factuurverklaring inzake preferentiële oorsprong + nr. van de factuur (S35)11. Wij hebben een vergunning voor de opmaak van in- en uitvoerdocumenten in de domiciliëringsprocedure (= toegelaten afzender en toegelaten exporteur). Welke codes (en tekst) moeten in vak 44 vermeld worden bij het opmaken van een document in het kader van die vergunningen?
In bijvoegsel 6d vindt u een overzicht van de vergunningen inzake douane en accijnzen.
De vergunning “toegelaten afzender" en “toegelaten geadresseerde” valt onder “Vereenvoudigde procedure bij vertrek en aankomst” (code 3030 + inschrijvingsnummer). S9
S15
top12. Voor wat betreft de vakken A – B – C – D. Moeten hier veranderingen aangebracht worden ?
Neen, deze vakken zijn voorbehouden aan de administratie.
Voor wat betreft vak D zijn echter bijzondere bepalingen van toepassing voor de toegelaten afzenders/exporteurs. Zie terzake § 52 van het schema gevoegd bij de omzendbrief « Vereenvoudiging bij vertrek en ter bestemming » (dit was nu al het geval).
Deze omzendbrief van 01.01.2003 nr. D.D. 243.185 (D.I. 521.103) kan geraadpleegd worden
via internet :
via intranet :
top13. Kan u mij de lay-out van het nieuwe Enig document doorsturen?
De lay-out van het Enig document wijzigt niet. Ter zake verwijs ik graag naar de Verordening (EG) nr. 2286 van de Commissie van 18 december 2003 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93. In deze verordening vindt u de officiële modellen van het Enig document terug.
top
14. Wij hebben een vergunning AV Schorsing (klassieke type). Wij hebben geen vergunning inzake domiciliëringsprocedure. Wij dienen onze aangifte rechtstreeks in op het kantoor. Welke codes moeten in vak 44 vermeld worden voor plaatsing van goederen onder de regeling actieve veredeling?
a) U kan de codes die moeten ingevuld worden, vinden in de bijvoegsels 6b en 6c
Bijvoegsel 6b:
C601: communautaire code voor een vergunning A.V.
Bijvoegsel 6c
3046 : nationale code voor een vergunning A.V.-schorsing - klassieke type
(gevolgd door nr. en datum van de vergunning en naam van het controlekantoor)
Bijvoegsel 6b
C603 : communautaire code voor een inlichtingenblad INF1 (gevolgd door het nr. van de INF1); (indien van toepassing)
b) Volgorde van de codes en de gegevens:
U moet eerst alle codes en gegevens vermelden die betrekking hebben op de vergunning A.V..
Daarna moet u, indien dit van toepassing is, de code C603 vermelden die betrekking heeft op een INF1. De soorten gegevens vergunning AV e n INF1 moet u scheiden door een horizontale streep of door de code C603 op een nieuwe lijn te plaatsen.
c) In te vullen in vak 44: (vb. vergunning DD 34.568 7.8.2006, controlekantoor Gent, INF 1 nummer 1254253)
C601 – 3046 : D.D. 34.568 / 7.8.2006 / controlekantoor Gent
C603 : 1254253
Of
C601 – 3046 : D.D. 34.568 / 7.8.2006 / controlekantoor Gent ; C603 : 1254253
top
15. Moeten we voor een ACC4 aangifte de codes van de oude toelichting gebruiken ?
De douanetoelichting heeft geen betrekking op ACC4. De wetgeving is verschillend. De accijnzen veranderen hun toelichting betreffende intracommunautaire bewegingen niet.
16. In vak 14 moeten we de aangever/vertegenwoordiger opgeven. Indien de vermelde partij zowel optreedt als "aangever" (in eigen naam) en als "indirecte vertegenwoordiger" (in eigen naam doch voor rekening van een andere), welke code dient te worden opgegeven ; [1] voor aangever of [3] voor indirecte vertegenwoordiging ?
U moet de code "3" vermelden omdat die code de meeste informatie geeft over de wijze van aangifte.
Er is wel een verschil tussen de begrippen "aangever" (zie art. 4.18 van het CBW) en "indirecte vertegenwoordiger" (zie art. 5 van het CBW).
17. Voor de regelingen A, C, E en F begrijp ik niet goed wat we moeten invullen in vak 18 (vervoermiddel bij vertrek)
Wat betreft vak 18 (identiteit), moet voor het vervoer over de weg, de kentekenplaat van het voertuig worden vermeld. Als een trekker en een oplegger verschillende registratienummers hebben, moeten de kentekenplaten van beide vermeld worden.
Wat betreft vak 18 (nationaliteit) mag dit niet ingevuld worden in de regelingen A, C, E en F.
18. Wat dient er ingevuld te worden in vak 21 (grensoverschrijdend actieve vervoermiddel) indien goederen, die over de weg vertrekken, een aantal malen worden overgeladen zonder dat wij als aangever/afzender hiervan op de hoogte zijn?
In de toelichting staat bij vak 21 de volgende tekst: " Vermelding van de nationaliteit van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Gemeenschap wordt overschreden, zoals deze bij het vervullen van de formaliteiten bij uitvoer bekend is."
Indien dit voertuig onderweg verandert, kan u enkel de gegevens doorgeven die u op het ogenblik van het opmaken van het document bekend waren.
19. Mag de landencode (ISO) van het land dat de nummerplaat van een vrachtwagen heeft toegekend, beschouwd worden als landencode om de nationaliteit aan te geven?
Het gebruik van de ISO alfa-2-code is inderdaad voorzien. Voorbeeld: een nummerplaat toegekend in België, heeft als ISO alfa-2-code “BE” (niet “B”!).
20. Welke code dient gebruikt te worden in kader van particulier douane-entrepot type E, met procedures D ?
Indien in een vergunning voor het douane-entrepot type E wordt bepaald dat het bijzonder kenmerk van het type D van toepassing is, moeten de bepalingen van toelichting K worden toegepast. In regeling K werd in het begin van de betreffende toelichting de volgende zin ingelast: "Indien in een vergunning voor het douane-entrepot type E wordt bepaald dat het bijzonder kenmerk van het type D van toepassing is, moet de toelichting K worden gebruikt."
21. Voor bepaalde regelingen, vraagt men in vak 30 (Plaats van de goederen) de UN/LOCODE via een site van de EG/UNO.
Voorbeeld
BE BRU voor Brussel
BE HSX voor de vroegere gemeente Herseaux (MOUSCRON)
BE BGE voor de vroegere gemeente Bellegem (KORTRIJK)
Mag men nog steeds de Belgische postcode gebruiken?
Antwoord
Ja, op grond van § 44 van de omzendbrief van 1 december 2006, n° D.D. 274.057 (D.I. 530.11) is het voor u mogelijk om tot aan de inwerkingtreding van PLDA, en dit voor de aangiften op papier, de postcode en de naam van de gemeente te gebruiken.
Zie 6.8. Bijvoegsel 8 - unlocodes BELGIUM .
22. Voor bepaalde uitvoerregelingen (toelichting A, C, D, E), moet het vak 29 (kantoor van uitgang) ingevuld worden. Men doet beroep, voor de codering, op de Europese site van douanekantoren voor douanevoer. Is dit juist? Kan u mij hiervan een voorbeeld geven?
Ja, helemaal juist.
Voorbeelden :
Douanekantoor van Hasselt (BE) : BE410000
Douanekantoor van La Louvière (BE) : BE632000
Douanekantoor van « Abfertigungstelle Hamburg-IPZ-See (DE) » : DE004633
Informatie over de douanekantoren kan opgezocht worden via de link http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/col/col_search_home.jsp?Lang=nl (S36)
top23. U eist het invullen van vak 29 (douanekantoor van uitgang) terwijl dit vak vroeger niet geëist werd. Waarom zijn er meer verplichtingen dan in het verleden?
Dit gegeven wordt geëist op communautair niveau in het kader van ECS (Export Control System), dat een uitwisseling van gegevens tussen het kantoor van uitvoer en het kantoor van uitgang toelaat. S9
Toepassingsdatum: 1.07.2007.
24. Wat is er gebeurd met de codes in verband met het type belasting in vak 47 (eerste kolom)?
In de nieuwe toelichting maakt men voor het type belasting een onderscheid tussen de codes inzake douane en BTW enerzijds en de codes inzake accijnzen anderzijds.
Codes inzake douane en BTW
De numerieke codes inzake douane en BTW uit de oude toelichting worden in de nieuwe toelichting omgezet in alfanumerieke codes. Een lijst van deze codes is opgenomen in vak 47 (eerste kolom) van de toelichtingen H, I en K.
Voorbeelden:
- de oude code 001 (BTW) wordt de nieuwe code B00;
- de oude code 003 (EG-invoerrechten) wordt opgevangen door de nieuwe codes A00 (douanerechten op industrieproducten) en A10 (douanerechten op landbouwproducten);
- de oude code 035 (nalatigheidsintrest inzake douane) wordt de nieuwe code D00;
- de oude code 036 (compenserende intresten (inzake PAV)) wordt de nieuwe code D10
enz…
Codes inzake accijnzen
Daar waar in de oude toelichting voor de accijnzen een numerieke code werd gebruikt voor het type belasting, wordt in de nieuwe toelichting voor de inverbruikstelling met betaling of vrijstelling van de accijns een combinatie gebruikt van de vakken 33 (vijfde onderverdeling) en 47 (eerste kolom).
Codes in vak 33 (vijfde onderverdeling)
Inverbruikstelling | Inverbruikstelling |
Q : energieproducten | R : energieproducten |
S : alcohol en alcoholhoudende | T : alcohol en alcoholhoudende |
U : alcoholvrije dranken en koffie | V : alcoholvrije dranken en koffie |
W : tabaksfabrikaten | X : tabaksfabrikaten |
Codes in vak 47 (eerste kolom)
100 : accijns
199 : specifieke accijns
200 : bijzondere accijns
299 : specifieke bijzondere accijns
300 : bijdrage op de energie
400 : controleretributie
500 : verpakkingsheffing
650: milieuheffing
801: nalatigheidsintrest op de gemeenschappelijke accijns
802: nalatigheidsintrest op de niet-gemeenschappelijke accijns, milieutaksen, verpakkingsheffing en
milieuheffing
Inverbruikstelling met betaling van de accijns
Voor de inverbruikstelling met betaling van de accijns dient in vak 33 (vijfde onderverdeling) een nationale aanvullende code, bestaande uit 4 alfanumerieke tekens, ingevuld te worden die aangeeft welk type accijnsrecht (of geassimileerd) in vak 47 (eerste kolom) moet ingevuld worden. Het type accijnsrecht (of geassimileerd) wordt aangeduid met een code bestaande uit 3 numerieke tekens.
Voorbeeld:
Voor gelode benzine van de GN-code 2710 11 31 wordt in vak 33 (vijfde onderverdeling) de code Q001 vermeld. Deze code geeft aan dat op dit product 3 types accijnsrecht (of geassimileerd) van toepassing zijn (de codes 100, 200 en 300 in vak 47 (eerste kolom)).
Inverbruikstelling met vrijstelling van de accijns
Voor de inverbruikstelling met vrijstelling van de accijns komt in vak 33 (vijfde onderverdeling) een specifieke code voor “vrijstelling”, bestaande uit 4 alfanumerieke tekens, waardoor er geen inning plaatsvindt.
Voorbeeld:
Voor zware stookolie van de de GN-code 2710 19 61 wordt in vak 33 (vijfde onderverdeling) de code R300 vermeld. Deze code geeft aan dat er voor dit product geen inning plaatsvindt in vak 47. Vak 47 dient bijgevolg niet ingevuld te worden.
Een lijst met codes voor vak 33 (vijfde onderverdeling), zowel voor de inverbruikstelling met betaling van de accijns als voor de inverbruikstelling met vrijstelling van de accijns, is opgenomen in bijvoegsel 7 .
De heffingsvoeten in bijvoegsel 7 worden slechts bij wijze van voorbeeld vermeld. In de gegeven omstandigheden dient men de van kracht zijnde wetgeving te raadplegen, die constant in ontwikkeling is.
Deze lijst bevat naast de codes in vak 33 (vijfde onderverdeling):
- de goederencode (vak 33 (eerste onderverdeling));
- de omschrijving van de goederencode;
- de code van het type accijnsrecht (vak 47 (eerste kolom)) en de heffingsvoet van het type accijnsrecht (vak 47 (derde kolom)) bij inverbruikstelling met betaling van de accijns;
- de omschrijving van de vrijstelling bij inverbruikstelling met vrijstelling van de accijns;
- de wettelijke bepalingen.
25. Ik beschik over een maandelijkse globalisatievergunning. Beïnvloedt de nieuwe toelichting van het ED mijn maandelijkse aangifte?
Gedeeltelijk maar niet fundamenteel.
De huidige Instructie Enig document (D.I. 530.11) geldt nog steeds maar u dient enkele vakken aan te passen die u gevraagd worden in de nieuwe toelichting van het ED.
U kan deze instructie (10.05.2004) raadplegen via intranet en internet.
Via intranet
http://ccff02.minfin.fgov.be/KMWeb/document.do?method=view&id=628e76a5-e61d-4e56-86cc-4b6503ceca23#findHighlighted
Via internet
http://www.fisconet.fgov.be/nl/?frame.dll&root=V:/sites/FisconetNldAdo.2/&versie=04&type=inst-dproc!INH&
Voor de globalisaties bij aankomst
U dient de § 211 betreffende deze globale aangifte bij aankomst te raadplegen. Terzake dienen de beperkt' vereiste vakken de regels van de nieuwe toelichting van het ED te volgen (vb.: vak 1 - in te vullen met de letters A, B, …Z in de tweede onderverdeling).
De bijlagen bij deze globale aangifte worden niet beïnvloed door de nieuwe toelichting.
Voor de globalisaties bij vertrek
Hetzelfde geldt voor de globalisaties bij vertrek. Terzake dienen de bepalingen van § 222 dezelfde regels te volgen van de nieuwe toelichting van het ED.
De bijlagen bij deze globale aangifte worden niet beïnvloed door de nieuwe toelichting.
26. Soms vind ik de vermelding « Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld » en op andere plaatsen de vermelding « Dit vak mag in de BLEU niet ingevuld worden ». Waarom dit onderscheid ? En heeft dit een verschillende impact op het invullen van het ED?
S9
De vermelding « Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld » betekent dat de communautaire verordening die de nieuwe toelichting oplegt aan de lidstaten niet langer de toelating geeft om deze vakken in te vullen.
De vermelding « Dit vak mag in de BLEU niet ingevuld worden » betekent dat de BLEU (België en Groothertogdom Luxemburg) de keuze heeft gemaakt om deze vakken niet op te nemen. Deze vakken kunnen echter wel in andere lidstaten gevraagd worden. S9
***
Praktisch gezien heeft dit echter geen enkele invloed op de wijze van invullen van het ED: u mag dit vak niet invullen, ongeacht welke formule gebruikt wordt.
27. Mag vak 8 (geadresseerde) bij (weder)uitvoer ingevuld worden?
Vak 8 werd door Verordening (EG) nr. 2286/2003 niet verplicht opgelegd. Het verkreeg de status “B”, d.w.z. facultatief voor de lidstaten: ofwel legt de betrokken lidstaat dit gegeven verplicht op ofwel mag dit gegeven in de betrokken lidstaat niet ingevuld worden (zie Publicatieblad van de Europese Unie van 31 december 2003, nr. L 343 – bladzijden 78 t/m 82).
De Belgische Administratie der douane en accijnzen heeft beslist om vak 8 bij (weder)uitvoer niet verplicht op te leggen. Deze beslissing werd bekrachtigd door het Ministerieel besluit van 11 januari 2007 tot wijziging van het ministerieel besluit van 22 juli 1998 betreffende de aangiften inzake douane en accijnzen (Belgisch Staatsblad van 8 mei 2007). Dit impliceert dat dit vak niet mag ingevuld worden in de regelingen A, C, D en E van de toelichting op het Enig document.
Onderstaande argumenten maken duidelijk waarom de Administratie der douane en accijnzen de beslissing heeft genomen om vak 8 niet te vragen bij (weder)uitvoer:
1) vak 8 was nooit verplicht ten aanzien van de formaliteiten bij uitvoer omdat de Europese Commissie dit een weinig betrouwbaar gegeven vond. Tijdens het vervoer van de goederen is het namelijk mogelijk dat de goederen doorverkocht worden en dat de uiteindelijke geadresseerde niet gekend is;
2) het verplicht vermelden van dit gegeven zou de marktdeelnemers veel problemen bezorgen en ook de eerste lijnsdiensten van de douane, die geconfronteerd worden met de goederenstroom (niet blokkeren!), zouden enorme moeilijkheden ondervinden, vooral in het geval van kettingverkopen;
3) de communautaire wetgeving is heel voorzichtig voor wat betreft het land van bestemming bij uitvoer (vak 17a). Zij legt dit vak wel verplicht op aan de lidstaten maar nuanceert toch heel sterk de wijze van invullen van dit vak:
“In vak 17a de in bijlage 38 vastgestelde communautaire code vermelden van het laatste land van bestemming dat op het tijdstip van uitvoer bekend is waarnaar de goederen dienen te worden uitgevoerd."
Diezelfde communautaire wetgeving gaat niet zover om vak 8 verplicht op te leggen ten aanzien van de formaliteiten bij uitvoer aangezien dit gegeven nog moeilijker af te bakenen is dan vak 17a;
4) in vergelijking met de oude toelichting op het Enig document worden er in de nieuwe toelichting door de Administratie der douane en accijnzen geen bijkomende gegevens gevraagd.
Aangezien het invullen van vak 8 in de oude toelichting niet verplicht was ten aanzien van de formaliteiten bij uitvoer wordt dit vak dan ook niet verplicht opgelegd in de nieuwe toelichting op het Enig document.
28. Bestaat er een verband tussen de vakken 18 (vervoermiddel bij vertrek en bij aankomst) en 26 (binnenlandse vervoerwijze) enerzijds en de vakken 21 (grensoverschrijdende actieve vervoermiddel) en 25 (vervoerwijze aan de grens) anderzijds?
S9Verband tussen de vakken 18 (vervoermiddel bij vertrek of bij aankomst) en 26 (binnenlandse vervoerwijze)
Het gebruikte vervoermiddel en de identificatie ervan in vak 18 komen overeen met een bepaalde code die de vervoerswijze aanduidt in vak 26.
Dit verband wordt duidelijk aangetoond met volgende tabel:
VAK 18 | VAK 26 | |
Vervoermiddel | Wijze van identificatie | Vervoerswijze |
Vervoer over zee | Naam van het vaartuig | 1 |
Vervoer per binnenschip | Naam van het vaartuig | 8 |
Vervoer door de lucht | Nummer en datum van de vlucht (indien er geen vluchtnummer is het registratienummer van het luchtvaartuig vermelden) | 4 |
Vervoer over de weg | Kentekenplaat van het voertuig | 3 |
Vervoer per spoor | Nummer van de wagon | 2 |
Verband tussen de vakken 21 (grensoverschrijdende actieve vervoermiddel) en 25 (vervoerwijze aan de grens)
Het gebruikte vervoermiddel en de identificatie ervan in vak 21 komen overeen met een bepaalde code die de vervoerswijze aanduidt in vak 25.
Dit verband wordt duidelijk aangetoond met volgende tabel:
VAK 21 | VAK 25 | |
Vervoermiddel | Wijze van identificatie | Vervoerswijze |
Vervoer over zee | Naam van het vaartuig | 1 |
Vervoer door de lucht | Nummer en datum van de vlucht (indien er geen vluchtnummer is het registratienummer van het luchtvaartuig vermelden) | 4 |
Vervoer over de weg | Kentekenplaat van het voertuig | 3 |
Vervoer per spoor | Nummer van de wagon | 2 |
29. Als de aangever een douane-expediteur is, mag deze persoon dan in de rechterbovenhoek van vak 14 als identificatienummer zijn BTW-nummer vermelden?
Neen.
De douane-expediteur moet in de rechterbovenhoek van vak 14 als identificatienummer zijn inschrijvingsnummer vermelden, voorafgegaan door de ISO alfa-2 code “BE” (landencode).
Voorbeeld
Het inschrijvingsnummer van een douane-expediteur is 323.
In de rechterbovenhoek van vak 14 moet bijgevolg als identificatienummer het nr. BE323 vermeld worden
30. Welke aanvullende gegevens worden in de papieren procedure gevraagd (in vergelijking met de geautomatiseerde procedure)?
S9Volgende vakken mogen enkel ingevuld worden op papieren aangiften:
- vak 3 (formulieren) in alle regelingen;
- vak 15 (land van verzending/uitvoer) in regeling F (douanevervoer);
- vak 17 (land van bestemming) in regeling F (douanevervoer).
Dit betekent bijgevolg dat deze vakken in PLDA niet gebruikt mogen worden.
31.Worden zowel het EORI-nummer als het BTW-identificatienummer vermeld in hetzelfde vak?
Neen.
In dit geval bestaan er twee mogelijkheden, naargelang de van toepassing zijnde regeling.
1) Regelingen A, C, D, E, F en G
- Vak 2
Vanaf de inwerkingtreding van ECS fase 2 dient het EORI-nummer in vak 2 vermeld te worden.
Het BTW-identificatienummer van de belanghebbende dient op dat moment altijd in vak 44 vermeld te worden, ook in het geval dat het EORI-nummer en het BTW-identificatienummer identiek zijn. In afwachting van een communautaire codering dient het BTW-identificatienummer in vak 44 voorafgegaan te worden door de nationale horizontale vermelding ALGEN06.
2. Vak 50
Vanaf de inwerkingtreding van ECS fase 2 dient het EORI-nummer in regeling F (douanevervoer) eveneens vermeld te worden in vak 50.
Omwille van redenen die verbonden zijn aan de borgstelling dient in vak 44 altijd het BTW-identificatienummer vermeld te worden van de aangever of van de gevolmachtigde vertegenwoordiger die namens de aangever ondertekent, ook in het geval dat het EORI-nummer en het BTW-identificatienummer identiek zijn. In afwachting van een communautaire codering dient het BTW-identificatienummer in vak 44 voorafgegaan te worden door de nationale horizontale vermelding ALGEN07.
2) Regelingen H, I, J en K
De bepalingen van de regelingen bij invoer worden voorlopig niet gewijzigd.
Het BTW-identificatienummer dient dus nog altijd vermeld te worden in
vak 8.
32.Dient het gegeven “geadresseerde” bij (weder)uitvoer verplicht vermeld te worden wanneer het gebruik van de veiligheidsgegevens noodzakelijk is?
Ja.
Hoewel het gegeven “geadresseerde” op een douaneaangifte ten (weder)uitvoer (vak 8) niet mag ingevuld worden, moet die aangifte dit gegeven verplicht bevatten bij gebruik van de veiligheidsgegevens (zie “Aantekening 3: Douaneaangifte ten uitvoer” van bijlage 30 bis van het CTW).
Indien uitzonderlijk een papieren aangifte wordt gebruikt met vermelding van de veiligheidsgegevens, dient dit gegeven betreffende de geadresseerde als volgt ingevuld te worden:
-in vak S06 van het document veiligheid dat ter aanvulling van een gewoon Enig document wordt gebruikt
of
-in vak 8 van een Enig document Uitvoer/Veiligheid (gecombineerd)
top33.In vak 2 (afzender/exporteur) van een aangifte ten uitvoer dient het EORI-nummer vermeld te worden en in vak 44 het BTW-identificatienummer, voorafgegaan door de horizontale vermelding ALGEN06. Mag men in vak 44 van deze aangifte een buitenlands (niet-Belgisch) BTW-identificatienummer vermeld worden bij uitvoer in België door een niet in België gevestigde BTW-belastingplichtige?
Niet in België gevestigde BTW-belastingplichtigen, die in België uitsluitend goederen uitvoeren met toepassing van de vrijstelling van BTW bedoeld in artikel 39 van het BTW-Wetboek), zijn niet verplicht een Belgisch BTW-identificatienummer te hebben. Het spreekt evenwel voor zich dat wanneer ze in België naast uitvoeren ook andere handelingen stellen, waarvoor ze wel geregistreerd moeten worden, ze dat BTW-nummer ook moeten gebruiken om hun uitvoeren aan te geven (in de periodieke BTW-aangiften en op de aangifte ten uitvoer).
Niet in België gevestigde BTW-belastingplichtigen die in België niet over een individueel BTW-identificatienummer moeten beschikken, kunnen bijgevolg voor hun uitvoeren vanuit België niet verplicht worden om dit nummer te vermelden in vak 44 van het Enig document. De BTW-administratie heeft er echter geen bezwaar tegen dat EU-belastingplichtigen in vak 44 van het Enig document het BTW-identificatienummer vermelden dat hen door hun lidstaat werd toegekend. PLDA is echter (nog) niet in die zin geconfigureerd en aanvaardt enkel Belgische BTW-identificatienummers.
Volledigheidshalve wordt er nog op gewezen dat niet in België gevestigde BTW-belastingplichtigen die niet beschikken over een individueel BTW- identificatienummer, een beroep kunnen doen op een door de BTW-administratie vooraf erkende globale aansprakelijke vertegenwoordiger die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer, beginnend met BE 796.6. Wanneer terecht gebruik wordt gemaakt van het globaal BTW-identificatienummer, beginnend met BE 796.6, moet dit nummer in vak 44 vermeld worden, voorafgegaan door de horizontale vermelding ALGEN06.
De globale BTW-identificatienummers, beginnend met BE 796.5, mogen niet gebruikt worden bij uitvoer.
Conclusie
In vak 44 van de aangifte ten uitvoer mag bij uitvoer in België door een niet in België gevestigde BTW-belastingplichtige in geen enkel geval een buitenlands (niet-Belgisch) BTW-identificatienummer vermeld worden.
Aanvullende informatie hieromtrent is beschikbaar in de dienstbrief nr. D.D. 301.375 van 8 september 2010 betreffende uitvoer in België door een niet in België gevestigde BTW-belastingplichtige - vermelding van het
BTW-identificatienummer (zie tabblad “Documentatie en downloads”,
te raadplegen via de link http://www.fiscus.fgov.be/interfdanl/nl/ed/documentatie.htm)
34.Door de invoering van de “Incoterms 2010” werden vanaf 1 januari 2011 twee nieuwe Incoterms gecreëerd en vier “oude” Incoterms geschrapt. Wat is het gevolg van deze maatregel voor de vermelding van de Incoterms op de douaneaangiften?
Incoterms zijn internationale leveringsvoorwaarden die worden gepubliceerd door de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) en veelvuldig worden gebruikt bij internationale handelstransacties. Op de Belgische douaneaangiften dienen zij verplicht vermeld te worden in vak 20 van de regelingen A, C, E, H en I.
Door de invoering van de “Incoterms 2010” werden vanaf 1 januari 2011 de Incoterms DAP en DAT gecreëerd en de Incoterms DAF, DDU, DEQ en DES geschrapt. Aangezien de Incoterms opgenomen zijn in bijlage 38 van Verordening (EEG) Nr. 2454/93 (toepassingsbepalingen van het Communautair douanewetboek), was een bijwerking van deze verordening noodzakelijk. Omwille van redenen die verband houden met het besluitvormingsproces van de Europese Unie, was het echter niet mogelijk deze verordening te wijzigen vóór de invoeringsdatum van de nieuwe Incoterms (1 januari 2011).
Conclusie
Door het ontbreken van de noodzakelijke wettelijke bepalingen voor de wijzigingen van de Incoterms in bijlage 38 van Verordening (EEG) Nr. 2454/93:
-moeten de douaneadministraties de nieuwe Incoterms DAP en DAT, waarvan de marktdeelnemers vanaf 1 januari 2011 gebruik mogen maken, kunnen ontvangen en in hun systemen verwerken
EN
-kunnen de marktdeelnemers de geschrapte Incoterms DAF, DDU, DEQ en DES blijven gebruiken en moeten de douaneadministraties deze ook na 1 januari 2011 in hun systemen kunnen verwerken.
D.m.v. de inwerkingtreding van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 756/2012 van de Commissie van 20 augustus 2012 zijn zowel de Incoterms 2000 (DAF, DDU, DEQ en DES) als de Incoterms 2010 (CIF, CIP, CFR, CPT, DAP, DAT, DDP, EXW, FAS, FCA en FOB) opgenomen in bijlage 38 van het CTW. Deze 15 codes zijn ingedeeld volgens vervoerswijze: weg- en spoorvervoer, alle vervoerswijzen en vervoer over zee en de binnenwateren.
35.Mag de communautaire code 01 vermeld worden in vak 37, eerste deelvak als gevraagde regeling voor het uitsluitend in het vrije verkeer brengen?
NEEN!!
Code 01 kan slechts in de volgende twee gevallen gebruikt worden:
1:in het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdige wederverzending in het handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 2006/112/EG van de Raad niet van toepassing is en delen van dit gebied waar deze richtlijn wel van toepassing is.
Voorbeeld
Goederen uit een derde land die in Frankrijk in het vrije verkeer worden gebracht en gelijktijdig wederverzonden worden naar de Kanaaleilanden.
2: in het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdige wederverzending/wederuitvoer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en landen waarmee deze een douane-unie heeft opgericht:
- EU – Andorra;
- EU – San Marino;
- EU – Turkije
Voorbeeld
Goederen uit een derde land die in Spanje in het vrije verkeer worden gebracht en gelijktijdig wederverzonden worden naar Andorra.
Het in het vrije verkeer brengen van de goederen die niet onder de douane-unie vallen – zoals bvb. de EGKS-producten uit Turkije - valt niet onder deze code.
Oplossing
Voor het uitsluitend in het vrije verkeer brengen dienen volgende codes vermeld te worden op een aangifte van regeling H:
- de communautaire code 02 in vak 37, eerste deelvak en
- de nationale code 0A6 in de rechterbenedenhoek van vak 44.
36.In welke vakken op het Enig document (douane) en op het elektronisch administratief document (e-AD) (accijnzen) worden het kantoor van uitgang en het kantoor van uitvoer vermeld bij de uitvoer van accijnsgoederen?
In vak 8a (Kantoor - plaats van levering - douane) van het e-AD dient het nummer van het kantoor van uitvoer vermeld te worden terwijl in vak 29 (Kantoor van uitgang) van het Enig document de code vermeld dient te worden van het douanekantoor via hetwelk de goederen het douanegebied van de Europese Unie vermoedelijk zullen verlaten. In de bijlage bij de nota nr. D.A. 255.512 van 17 februari 2012 inzake "EMCS- Kantoor van uitvoer" wordt de procedure bij de uitvoer van accijnsgoederen op schematische wijze weergegeven. Op de website van de toelichting van het Enig document is deze nota opgenomen in het tabblad "Documentatie en downloads". Deze nota geeft u ook het verschil tussen “kantoor van uitvoer” en “kantoor van uitgang”.37.Welke codes dienen ingevuld te worden in het eerste en tweede deelvak van vak 37 van regeling H (in het vrije verkeer brengen) ter aanduiding van de begunstigde verrichting “terugkerende goederen”?
Er dient eerst een onderscheid gemaakt te worden tussen voorziene en onvoorziene wederinvoer.
A. Voorziene wederinvoer
Het betreft een wederinvoer na tijdelijke uitvoer met het oog op latere terugkeer in
ongewijzigde staat.
De toepasselijke codes in vak 37 (eerste deelvak) zijn 6123, 6323 of 6823.
In voorkomend geval en indien aan de voorwaarden zijn voldaan, kan één van de
twee communautaire codes F01 of F03 vermeld worden in vak 37 (tweede deelvak).
Voorbeelden:
1) code 6123: wederinvoer van een schilderij na tijdelijke uitvoer voor een tentoonstelling in een derde
land;
2) code 6823: wederinvoer en gelijktijdige plaatsing in een accijnsentrepot van accijnsproducten na tijdelijke uitvoer voor een voedsel- en drankenbeurs.
Opgelet!!
Voorziene wederinvoer na passieve veredeling valt niet onder deze codes. De toepasselijke codes in vak 37 (eerste deelvak) zijn in dat geval 6121, 6321 of 6821, eventueel in combinatie met één van de communautaire codes B01 t/m B05 in vak 37 (tweede deelvak).
B. Onvoorziene wederinvoer
Na definitieve uitvoer keren de goederen in de Europese Unie terug als terugkerende goederen in de
zin van artikel 185 van het Communautair douanewetboek.
De toepasselijke codes in vak 37 (eerste deelvak) zijn: 6110, 6310 of 6810.
In voorkomend geval en indien aan de voorwaarden zijn voldaan, kan één van de communautaire
codes F01, F02 of F03 vermeld worden in vak 37 (tweede deelvak).
C. Specifiek geval
Een specifiek geval betreft de onder de regeling actieve veredeling verkregen producten die werden
(weder)uitgevoerd uit het douanegebied van de Europese Unie en die wederingevoerd en in het vrije
verkeer gebracht kunnen worden met gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer.
De toepasselijke code in vak 37 (eerste deelvak) is 61 (geen voorafgaande regeling) en in vak 37
(tweede deelvak) dient de communautaire code F04 vermeld te worden.
Uitgebreide informatie over vorengenoemde codes kan geraadpleegd worden in regeling H van de
toelichting van het Enig document.
38. Welke betekenis kan toegekend worden aan de begrippen "afzender en "exporteur"? (S44)
De wettelijke bepalingen voor deze begrippen zijn opgenomen in de artikelen 206 ("afzender") en 788 ("exporteur") van het CTW.
1) Exporteur
De term “exporteur” wordt gebruikt wanneer sprake is van handel met landen en gebieden buiten het douanegebied van de EU.
In artikel 788, lid 1 van het CTW wordt de exporteur omschreven als de persoon voor wiens rekening de aangifte ten uitvoer wordt gedaan en die op het tijdstip van aanvaarding van deze aangifte eigenaar is van de betrokken goederen of die dienaangaande gelijkaardig beschikkingsrecht heeft.
Een “gelijkaardig beschikkingsrecht” kan bijvoorbeeld ontstaan bij actieve veredeling.
Voorbeeld:
Een onderneming uit Estland geeft na actieve veredeling in Estland goederen aan voor wederuitvoer naar de eigenaar van de goederen in Rusland. De onderneming uit Estland wordt in vak 2 als exporteur opgegeven omdat hij op het tijdstip waarop aangifte wordt gedaan het beschikkingsrecht over de goederen had.
In artikel 788, lid 2 van het CTW is bepaald dat de wanneer, ingevolge het contract dat aan de uitvoer ten grondslag ligt, een buiten de EU gevestigde persoon eigenaar is van de goederen of een gelijkaardig recht heeft over de goederen te beschikken, de in de EU gevestigde contractpartij als exporteur moet worden beschouwd.
Voorbeeld:
Een Zweedse onderneming huurt een machine uit Noorwegen. Na het verstrijken van de huurtermijn wordt de machine aangegeven voor wederuitvoer naar Noorwegen. De Zweedse onderneming wordt in vak 2 als exporteur opgegeven.
2) Afzender
Onder “afzender” wordt degene verstaan die als exporteur optreedt in het geval dat wordt bedoeld in de derde alinea van artikel 206 van het CTW.
Afzender is dus de juiste term bij handel in communautaire goederen:
a) tussen delen van het douanegebied van de EU waarbij één van die gebieden binnen en één gebied
buiten het btw-gebied ligt, bijvoorbeeld bij handel tussen Zweden en de Åland-eilanden;
b) tussen delen van het douanegebied van de EU die beide buiten het btw-gebied liggen, bijvoorbeeld bij handel tussen de Åland-eilanden en de Canarische eilanden.
39. Wat dient bij invoer verstaan te worden onder het begrip "land van verzending/uitvoer" in het algemeen en onder de ermee verband houdende begrippen "oponthoud", "juridische handeling" en "tussenliggend land"? (S44)
Indien geen oponthoud of juridische handelingen, die geen verband houden met het vervoer, in een
tussenliggend land hebben plaatsgevonden, moet in vak 15a van de regelingen H en I de daartoe
vastgestelde communautaire code worden ingevuld voor het land waaruit de goederen oorspronkelijk
werden verzonden naar de lidstaat van invoer. Indien wel sprake is van een dergelijk oponthoud of
dergelijke handelingen, die geen verband houden met het vervoer, moet het laatste tussenliggende
land worden beschouwd als het land van verzending/uitvoer.
Onder het land van verzending/uitvoer moet het land worden verstaan van waaruit de goederen
oorspronkelijk naar de lidstaat van invoer werden verzonden zonder dat oponthoud of juridische
handelingen, die geen verband houden met het vervoer, hebben plaatsgevonden in een tussenliggend
land.
Onder oponthoud moet elke tijdelijke onderbreking worden verstaan van het fysieke verkeer van de goederen voordat het vervoer naar de uiteindelijke bestemming wordt voortgezet.
Een juridische handeling kan een commerciële of vergelijkbare transactie zijn die onder wetgeving valt (bijvoorbeeld verkoop of behandeling onder contract).
Onder oponthoud of juridische handelingen die met het vervoer verband houden (daaraan inherent zijn) moet bijvoorbeeld worden verstaan een verandering van vervoermiddel, verrichtingen met het oog op het in goede staat houden van de goederen tijdens het vervoer, splitsen en samenvoegen van verpakkingen en tijdelijke opslag.
Een tussenliggend land is elk land dat op de route is gelegen, met uitzondering van de landen van verzending en bestemming (een derde land of een lidstaat). Bij oponthoud of juridische handelingen in het land van bestemming blijft het land van verzending/uitvoer ongewijzigd.
40. Welke informatie dient bij invoer vermeld te worden in vak 36 (preferentie)? (S44)
Dit vak bevat informatie over de tariefbehandeling van goederen, zelfs indien geen tariefpreferentie wordt gevraagd.
Onder “tariefbehandeling” worden niet alleen preferenties in enge zin verstaan (bijvoorbeeld lagere invoerrechten op grond van het SAP of regelingen met ACS-landen) maar ook diverse andere maatregelen die van invloed zijn op de douanerechten, waaronder “tariefcontingenten”, “schorsingen” en “bijzondere bestemming”.
Voor dit vak wordt onder “preferentie” ook de toepassing van het normale tarief voor derde landen verstaan en de niet-heffing van douanerechten krachtens overeenkomsten tot oprichting van een douane-unie.
Met het oog op de doelmatigheid van de wetgeving kan geen algemeen geldige lijst van in dit vak te gebruiken codes worden opgesteld. Daarom is gekozen voor een “matrixbenadering”: de benodigde driecijfercode moet worden samengesteld uit een ééncijfercode (waarmee een algemene maatregel wordt aangeduid), gevolgd door een tweecijfercode (voor een nauwkeurigere uitsplitsing).
Opgemerkt moet worden dat in de matrix niet alle codecombinaties zinvol of juridisch mogelijk zijn.
Omdat verder vak 36 logisch gekoppeld is aan de vakken 33 (goederencode) en 34a (land van oorsprong) komen mogelijk slechts bepaalde goederen uit bepaalde landen op een bepaald moment voor een bepaalde tariefbehandeling in aanmerking.
De lijst van codecombinaties is opgenomen in bijvoegsel 9 (codes voor vak 36), te raadplegen via de link http://fiscus.fgov.be/interfdanl/nl/ed/overzicht.htm#b
41. Wat dient bij invoer verstaan te worden onder het begrip "prijs van de goederen"? (S44)
Onder “prijs van de goederen” wordt het deel van de gefactureerde prijs verstaan dat betrekking heeft op het desbetreffende artikel. Indien het tweede deelvak van vak 22 wordt gebruikt, is het dat deel van de gefactureerde prijs van vak 22 dat volgens de leveringsvoorwaarden betrekking heeft op het artikel.
De som van het bedrag dat in vak 42 voor alle goederen wordt ingevuld, moet gelijk zijn aan het totaalbedrag dat in het tweede deelvak van vak 22 wordt opgegeven. Bijgevolg is de som van de in vak 42 opgenomen bedragen gelijk aan het in het tweede deelvak van vak 22 opgenomen bedrag.
De prijs van de goederen moet worden opgegeven in de in het eerste deelvak van vak 22 aangegeven valuta en kan twee decimalen tellen. Wanneer het tweede deelvak van vak 22 niet wordt gebruikt, moet vak 42 evenwel worden ingevuld.
42. Welke informatie dient vermeld te worden in vak 34a (land van oorsprong)? Is deze informatie verplicht?
Bij het invullen van vak 34a moeten de marktdeelnemers gebruikmaken van de landencodes voor het vermelden van het land van oorsprong, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2 van titel II van het Communautair douanewetboek (CBW) inzake oorsprong van goederen:
de artikelen 22 t/m 26 van het CBW bevatten de bepalingen inzake niet-preferentiële oorsprong terwijl
artikel 27 van het CBW de preferentiële oorsprong behandelt).
De landencodes zijn opgenomen in bijvoegsel 1, te raadplegen via de link http://fiscus.fgov.be/interfdanl/nl/ed/overzicht.htm#b.
Verplichte vermelding
Het invullen van vak 34a is verplicht in de volgende gevallen:
- uitvoer van landbouwproducten waarvoor uitvoerrestituties gevraagd worden (zie toelichting regeling A);
- plaatsing onder de regeling douane-entrepot ter verkrijging van de betaling van een bijzondere uitvoerrestitutie voorafgaande aan de uitvoer - Vervaardiging van goederen onder douanetoezicht en douanecontrole voorafgaande aan de uitvoer en betaling van een uitvoerrestitutie (zie toelichting regeling B);
- in het vrije verkeer brengen (zie toelichting regeling H);
- plaatsing onder een economische douaneregeling andere dan passieve veredeling en douane-entrepot (actieve veredeling (schorsingssysteem), tijdelijke invoer, behandeling onder douanetoezicht) (zie toelichting regeling I);
- opslag in douane-entrepot (zie toelichtingen regelingen J en K).
Facultatieve vermelding
Het invullen van vak 34a is facultatief in de volgende gevallen:
- uitvoer/verzending (zie toelichting regeling A evenals punt 1 van de vorige alinea betreffende verplichte vermelding );
- wederuitvoer na plaatsing onder een economische douaneregeling andere dan het stelsel van douane-entrepots (actieve veredeling, tijdelijke invoer, behandeling onder douanetoezicht) (zie toelichting regeling C);
- wederuitvoer na opslag in douane-entrepot (zie toelichting regeling D);
- passieve veredeling (zie toelichting regeling E).
Verboden vermelding
Vak 34a mag niet ingevuld worden in de volgende gevallen:
- douanevervoer (zie toelichting regeling F);
- communautair karakter van de goederen (zie toelichting regeling G)
Voorbeelden
Bij invoer
Een Estse onderneming koopt in Rusland geproduceerd hout en doet daarvan aangifte voor de regeling douane-entrepot. Een Oostenrijkse onderneming koopt dit hout terwijl het in het douane-entrepot is opgeslagen en doet daarvoor aangifte voor het vrije verkeer.
In dit geval moet Rusland worden vermeld als het land van oorsprong in vak 34a.
Bij uitvoer
Een Hongaarse producent verkoopt varkensvlees aan een Ierse onderneming.
De Ierse onderneming verkoopt het varkensvlees aan een bedrijf in een derde land en doet daarvan aangifte voor definitieve uitvoer met restitutie.
In dit geval moet Hongarije worden opgegeven als het land van oorsprong in vak 34a.
43. Wat dient verstaan te worden onder het begrip "netto massa"? Is deze informatie verplicht voor alle regelingen?
Onder “netto massa” wordt de eigen massa van de goederen zonder verpakking verstaan. In vak 38 dient de netto massa (in kg) van de in vak 31 omschreven goederen vermeld te worden.
Het invullen van vak 38 is in principe voor alle regelingen verplicht.
Bij douanevervoer moet vak 38 echter alleen worden ingevuld wanneer de communautaire wetgeving daarin voorziet (bijvoorbeeld bij goederen met verhoogd frauderisico - zie bijlage 44 quater van het CTW).
Volgens de bepalingen van Aanbeveling UN/ECE nr. 21 worden onder “verpakking” materialen en componenten verstaan waarin artikelen of stoffen worden gewikkeld of verpakt om deze gedurende het vervoer te beschermen.
De diverse soorten verpakkingen waarvan het gewicht niet wordt meegerekend voor de netto massa (vanwege het feit dat zij alleen voor het vervoer worden gebruikt) zijn opgenomen in bijvoegsel 4, te raadplegen via de link http://fiscus.fgov.be/interfdanl/nl/ed/overzicht.htm#b.
Onder “verpakkingsmiddelen” worden alle gebruikte artikelen verstaan, en meer in het bijzonder alle uitwendige en inwendige bergingsmiddelen voor goederen, omhulsels, opwindmiddelen en dergelijke voorzieningen (anders dan omschreven in internationale verdragen), met uitsluiting van vervoermiddelen en dekkleden en het stuw- en hulpmateriaal, waaronder pallets en containers.
Voorbeeld
Een onderneming importeert 1 000 flessen wijn. Elke fles wijn weegt 1,25 kg en de wijn in elke fles weegt 0,75 kg. In vak 38 moet 750 worden ingevuld.
top


